Wie door Princenhage wandelt, komt regelmatig straatnamen tegen met een verhaal. In deze serie duiken we in de herkomst van straatnamen in Princenhage en ontdekken we welke geschiedenis er achter deze namen schuilgaat.
Deze keer staat de Vleeshouwerstraat in Princenhage centraal. De naam werd op 7 augustus 1974 door het college van burgemeester en wethouders van Breda vastgesteld.
Herkomst van de naam
De naam is een verwijzing naar de vleeshouwers die in de Middeleeuwen vaak in Gilden waren georganiseerd. Ze hadden niet alleen het alleenrecht op het slachten van vee, maar moesten ook toezien op de kwaliteit en de verkoop. In veel steden waren vleeshouwers verplicht hun handel te drijven vanuit een ‘Vleeshuis’ , een speciaal gebouw waar het vlees onder toezicht werd verkocht.
Historie
Het vleeshouwersambacht speelde destijds een centrale rol in het dagelijkse leven. Vlees was een belangrijk onderdeel van het dieet del. In steden zoals Breda en ’s Hertogenbosch waren de vleeshouwersverenigingen invloedrijke gilden, met eigen regels en beschermheiligen, meestal Sint Barbara of Sint Antonius.
Met de komst van moderne slagerijen in de 19de en 20ste eeuw veranderde het vak sterk, maar de oorsprong ligt in de traditie van de vleeshouwers.
Wist u dat…..
Wist u dat het middeleeuwse ‘Bredase vleeshuis’ aan de Grote Markt eeuwenlang het centrum was van de vleeshandel? Hier verkochten de vleeshouwers hun waren, onder streng toezicht van het stadsbestuur.In de 17de en 18de eeuw spreekt men in Breda van beenhakkers.
Vleeschouwers
De naam Vleeshouwerij werd vroeger met sch geschreven. Zo stond in grote letters op het pand Haagsemarkt 28 (voorheen Voorstraat): Vleeschouwerij Nooren. De overgrootvader van Walter Nooren begon daar in 1904 als vleeshouwer oftewel slagerij. Nadat enkele jaren geleden Walter zijn bedrijf verplaatst had, is het pand afgebroken.
Jeroen Beijsterveld begon in het nieuwe pand ‘Meat & More’. Heden ten dage heeft Barry Nouwens er zijn speciaalzaak in kaas en vleeswaren en heeft tevens de verkoop van gehakt e.d. van Richard Bouwmeester, die het vak van slager bij Ad Speek heeft geleerd.
In 1898 begon de overgrootvader van Ad Speek een slagerij op Haagsemarkt 16. Genoemde slagers hebben beiden meer dan eeuw aan de Haagsemarkt hun boterham verdiend. Zowel slagerij Speek als Nooren stopten enkele jaren geleden. In het pand Haagsemarkt 16 zit nu ‘de Friettent’. De koeienkop boven de voordeur herinnert nog aan slagerij Speek.


