Wie door Princenhage wandelt, komt regelmatig straatnamen tegen met een verhaal. In deze serie duiken we in de herkomst van straatnamen in Princenhage en ontdekken we welke geschiedenis er achter deze namen schuilgaat.
Deze week staat de Schrijnwerkerstraat in Princenhage centraal. De straatnaam werd op 7 augustus 1974 door B&W vastgesteld en verwijst naar een eeuwenoud ambacht waarin vakmanschap, precisie en liefde voor hout centraal stonden.
Een schrijnwerker was een houtbewerker die zich specialiseerde in het maken van meubels, kisten, kasten en ander fijn timmerwerk. In tegenstelling tot de timmerman, die zich vooral richtte op grovere bouwwerken zoals huizen en schuren, werkte de schrijnwerker met meer precisie en detail. Zijn vak stond dicht bij dat van de beeldsnijder en meubelmaker.
De naam van schrijnwerker is een eerbetoon aan de schrijnwerkers die vanaf de middeleeuwen tot in de 19de eeuw veelvuldig actief waren, Het woord schrijn betekende oorspronkelijk een kist of reliekschrijn. Schrijnwerkers maakten dus niet alleen meubelen, maar ook sierlijke kisten en kerkelijke voorwerpen. Hun vakmanschap was vaak te zien in kloosters, kerken en later ook in de huizen van de gegoede burgerij.
Historie
In steden en dorpen waren schrijnwerkers verenigd in gilden, waar zij hun ambacht doorgaven en de kwaliteit van hun werk bewaakten. In Brabant en de Zuidelijke Nederlanden stond schrijnwerk bekend om zijn verfijnde stijl, vaak met houtsnijwerk en ingelegd met edele materialen. Met de opkomst van de industriële meubelproductie in de 19 de eeuw verloor de schrijnwerker zijn traditionele rol, maar het vak leeft voort in het meubelambacht en in kunstnijverheid.
Weetje….
Wist u dat de term schrijnwerker in België nog altijd gangbaar is als benaming voor een meubelmaker of interieurbouwer, terwijl men in Nederland tegenwoordig meestal van een timmerman of meubelmaker spreekt?

